POMPOEN in de klas

  Christl Snoecx is juf in groep 1 en 2. Haar school heeft een abonnement op POMPOEN en Christl vertelt wat zij daar allemaal aan heeft en mee doet.

“Ik begin altijd met het voorlezen uit POMPOEN. Ik vind altijd het verhaal echt leuk. Niet alleen qua inhoud maar het is zo prachtig geïllustreerd. Dat zie je weinig in andere kindertijdschriften. Ik vind het belangrijk dat ook kleuters daar al oog voor krijgen. Een zekere smaakontwikkeling moet vroeg beginnen. Veel beeldmateriaal dat bedoeld is voor kinderen lijkt op elkaar. In POMPOEN leren kinderen verschillen zien. De drie strips (de familie van Haren, Beertje Bruin en SamSam) zijn stuk voor stuk anders getekend. Daar kun je ze op wijzen. Daar kun je met ze over praten.

POMPOEN staat bij mij in de leeshoek. Kinderen kijken erin en als ze een spelletje willen doen, doen we dat. Als ze een puzzel willen maken, kopieer ik die. Omdat de papier kwaliteit zo goed is, gaan de tijdschriften meestal een schooljaar mee. Daarna haal ik er nog dingen uit. Zoals de Beertje Bruin verhalen. Ik knip de plaatjes los en plastificeer ze. Voor de vijfjarigen is het een goede oefening om de plaatjes in een logische volgorde te leggen. We gebruiken altijd ZiZo om over dat onderwerp te praten. De informatie die hij geeft is in tekst en beeld heel duidelijk. Of het nou over het groeien van aardappels gaat of over hoe een vuilniswagen werkt. Als we zo’n onderwerp bespreken, haal ik er ook altijd boeken bij uit de bibliotheek. Het meest opvallende en voor mij zo bruikbare onderdeel van POMPOEN is het aan de orde stellen van serieuze onderwerpen als doodgaan en eerlijk zijn. De rubriek Denkspel voor kleine filosofen is echt uniek. Geschikt materiaal over die ingewikkelde maar zeer belangrijke onderwerpen is voor deze jonge kinderen echt heel moeilijk te vinden!”